Deze
slofjes zijn voor het grootste deel gebreid naar een heel oud patroon dat ik op
internet vond, genaamd “Twinkle twinkle little star booties”.
Het heeft
echt even geduurd voordat ik begreep hoe je deze slofjes moest breien. In het
begin snapte ik er niets van.
Ik heb een
paar wijzigingen aangebracht tijdens het breien van deze sokjes. En verder heb
ik het patroontje uitgewerkt en vertaald in het Nederlands zodat het voor veel
mensen toegankelijk is!
Deze sokjes
worden van onder naar boven gebreid. Je begint bij het midden van de zool en
door halverwege de naald en aan het begin en het einde te meerderen krijg je
vorm in de zool.
Daarna
brei je de zijkant van het slofje. Met de middelste 11 steken brei je de wreef
in ajourpatroon.
Je maakt
echter bij elke naald contact met een steek van de zijkant van het slofje door
2 steken samen te breien. Daardoor komt de wreef meteen netjes aan de bovenrand
van de zijkant te zitten.
Daarna
maak je een gaatjestoer en tenslotte brei je het boordje dat om het beentje
sluit.
Afkortingen:
r= recht
m=meerderen
r.sbr=recht samen breien
av=averecht
av.sbr=averecht samen breien
r.e.o.=rechte eenvoudige overhaling, zie https://youtu.be/K6VKx3CFOmg
klik
r.d.o.=rechte dubbele overhaling, zie https://youtu.be/iB5UDovDRIQ
klik hier.
Zet 47
steken op met naald 2,5 en brei 1 naald recht.
ZOOL
1: 1r – 1r+m – 20r – 1r+m – 1r – 1r+m – 20r – 1r+m – 1r
(=51 steken)
2, 4, 6, 8: brei alle steken recht
3: 1r - 1r+m – 22r – 1r+m – 1r – 1r+m – 22r – 1r+m – 1r
(=55 steken)
5: 1r - 1r+m – 24r – 1r+m – 1r – 1r+m – 24r – 1r+m – 1r
(=59 steken)
7: 1r - 1r+m – 26r – 1r+m – 1r – 1r+m – 26r – 1r+m – 1r
(=63 steken)
9: 1r - 1r+m – 28r – 1r+m – 1r – 1r+m – 28r – 1r+m – 1r
(=67 steken)
10: 2 r.sbr – 63r – 2 r.sbr (=65 steken)
ZIJKANT
Brei 10
naalden ribbelsteek met naald nr. 3, dat zijn 5 ribbels. De laatste naald is
aan de achterkant van je werk.
WREEF
De wreef
wordt gebreid over de middelste 11 steken. Aan beide kanten blijven er dus 27 steken
over, maar bij elke naald gaat er één steek samen gebreid worden met de laatste
steek van de wreef. Daardoor komt de wreef meteen vast te zitten aan de zijkant
van het slofje.
1: 37r- 2 steken r.sbr (= de laatste steek van de wreef en
de eerste steek van de wachtende 27 steken), draai het werk
2, 4, 6 en 8: 10av – 2 steken av. sbr (= de laatste
steek van de wreef en de eerste steek van de wachtende steken), draai het werk
3: 2r – 1 omslag – 1 r.e.o. – 3r – 2 r.sbr – 1 omslag – 1r –
2 r.sbr (=de laatste steek van de wreef en de eerste steek van de wachtende steken),
draai het werk
5: 3r – 1 omslag – 1 r.e.o. – 1r – 2 r.sbr – 1 omslag - 2r – 2 r.sbr
(=de laatste steek van de wreef en de eerste steek van de wachtende steken),
draai het werk
7: 4r – 1 omslag – 1 r.d.o. – 1 omslag – 3r – 2 r.sbr (=de
laatste steek van de wreef en de eerste steek van de wachtende steken), draai
het werk
9 t/m 20: Herhaal naald 3 t/m 8 nog twee keer.
Je hebt dan totaal 45 steken op de naalden staan. Je eindigt aan de achterkant.
21: 10r – 2 r.sbr (=de laatste steek van de wreef en de eerste
steek van de wachtende steken), draai het werk
22: 10av – 2 av. sbr (=de laatste steek van de wreef en de eerste
steek van de wachtende steken), draai het werk
23: brei alle steken recht tot het einde van de hele naald (geen steken samenbreien)
24: brei alle steken averecht (= 43 steken)
25: 1r – (1 omslag – 2 r.sbr) herhalen tot einde van de
naald (= gaatjestoer)
26: brei
alle steken averecht
27 t/m 30: brei in boordsteek (afwisselend 1
steek recht- 1 steek averecht)
31 t/m 42: brei alle steken in ribbelsteek
43: brei ribbelsteek en kant meteen alle steken in deze
naald af.
Sluit de
middennaad van het zooltje en de midden achternaad van de hiel. Werk alle
draadjes onzichtbaar weg. Haal een lintje of koordje door de gaatjestoer.
Maak het tweede
sokje op dezelfde wijze.